Wat mag de politie wel en wat niet?

vrijdag 2 november, 2018

Door Linda Ploeg

“Goedemiddag, Oosterbaan Frerix advocaten. U spreekt met Linda. “ Goedemiddag, met … Ik sta hier met een politieagent en ik ben staande gehouden. Hij wil me fouilleren maar ik wilde eerst jullie bellen. Mag die agent mij zomaar fouilleren?”

Dergelijke vragen ontvangen wij regelmatig op kantoor. Alle reden dus om hier een blog aan te wijden en de bevoegdheden van de politie voor u op een rijtje te zetten.

Identiteitscontrole:

Het vragen naar een identiteitsbewijs mag de politie enkel doen wanneer daar een goede reden voor is. Deze reden moet noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de politietaak (art. 8 lid 1 Politiewet 2012). Zo kan de politie om uw identiteitsbewijs vragen, indien de betreffende agent vindt dat u verdacht handelt. Dit kan bijvoorbeeld zo zijn wanneer u overlast veroorzaakt, wanneer er zojuist een inbraak is geweest en u kunt mogelijk de inbreker zijn omdat aan het signalement voldoet en in de buurt loopt, maar ook wanneer u simpelweg ’s nachts op een industrieterrein rondrijdt mag de politie uw identiteitsbewijs vragen.

Tassencontrole/ fouilleren:

De politie is bevoegd om te fouilleren ter uitvoering van de politietaak, wanneer uit feiten en omstandigheden blijkt dat er een mogelijk onmiddellijk gevaar dreigt voor het leven of de veiligheid van de politieagent of dat van anderen. Fouilleren omhelst tevens de kleding en voorwerpen (tassen bijvoorbeeld) die de bewuste persoon bij zich draagt. (art. 7 lid 3 Politiewet 2012)

Stilhouden, staande houden en aanhouden:

Dit zijn drie termen, met een heel verschillende betekenis. Zo betekent stilhouden dat de politie een persoon aanspreekt zonder dat deze persoon ergens van verdacht wordt. De politie mag dit op elk moment doen en heeft hier verder geen duidelijke belangrijke reden voor nodig. De term staande houden houdt in dat een persoon wordt aangesproken door de politie, omdat deze persoon een overtreding heeft begaan. Wel moet het hierbij gaan om een vermoeden van schuld. Ten slotte de term aanhouden, dit betekent dat de politie een verdacht persoon arresteert en overbrengt naar het politiebureau. Dit is aan strengere wettelijke vereisten gebonden. De politie moet een redelijk vermoeden moet hebben dat de persoon een strafbaar feit heeft gepleegd. Dit redelijke vermoeden moet blijken uit feiten en omstandigheden (art. 27 Sv).

Onderzoek verrichten in een woning met een huiszoekingsbevel:

De officier van justitie kan in het belang van het onderzoek bevelen dat de politie een besloten plaats of woning zonder toestemming van de rechthebbende (de eigenaar van het pand) gaat binnentreden. Dit is terug te vinden in art. 126o lid 2 Sv. De politie kan ook zelf een huiszoekingsbevel aanvragen, maar heeft hierbij de toestemming van de officier van justitie nodig. Een onderzoek in een woning, zonder toestemming van de bewoner, is dus in beginsel geen zelfstandige bevoegdheid van de politie.

Voertuigen doorzoeken/ in beslag nemen:

Bij heterdaad of bij verdenking van een misdrijf is de politie bevoegd om vervoersmiddelen te doorzoeken. Er moet hierbij wel een verband bestaan tussen het strafbare feit en het voertuig waarop de verdenking ziet. Ook mag de politie voorwerpen in beslag nemen. Dit mag de politie doen om een strafbaar feit mee te bewijzen, om strafbare spullen van straat te halen, of om iets af te pakken dat met crimineel geld gekocht is. Deze spullen worden dan tijdelijk opgeslagen in een bewaarruimte op het politiebureau en gaan vervolgens naar het beslaghuis, dat elke eenheid van de politie heeft.

Personen observeren:

In geval van verdenking van een misdrijf kan de officier van justitie in het belang van het onderzoek bevelen dat de politie stelselmatig een persoon gaat volgen of stelselmatig de aanwezigheid of gedragingen van de persoon observeert. Stelselmatig observeren is dus geen zelfstandige bevoegdheid van de politie.

Toepassen van geweld:

De politie heeft een geweldsmonopolie. Dit houdt in dat de politie als een van de weinigen rechtmatig geweld mag gebruiken. Dit is natuurlijk wel aan regels gebonden; het geweld moet passend en geboden zijn. De mate van geweld die de politie gebruikt, mag niet meer zijn dan nodig is (proportionaliteitsbeginsel). Het geweld mag enkel door de politie worden toegepast wanneer er geen andere mogelijkheden meer zijn. Wanneer geweld door de politie wordt toegepast moet altijd nauwlettend door de agenten worden nagedacht welke gevolgen dit geweld voor de verdachte kan hebben. Dit alles is terug te vinden in art. 7 lid 1 Politiewet 2012.

Conclusie

De politie heeft een aantal zelfstandige bevoegdheden die noodzakelijk zijn voor het opsporen van strafbare feiten en het aanhouden van verdachten van die feiten. Naarmate de bevoegdheden ingrijpender worden voor een verdachte, zijn de bevoegdheden aan strengere regels gebonden en is vaak toestemming of een bevel van de officier van justitie of rechter-commissaris noodzakelijk.

Heeft u vragen over het handelen van de politie in uw zaak, of heeft u andere strafrechtelijke vragen? Neem gerust contact met ons op, door te bellen naar 0318-308638.

Linda Ploeg is als HBO-stagiaire aan ons kantoor verbonden gedurende het schooljaar 2018/2019.